Kaarsen

Bij ons in het atelier maken wij diverse kaarsen. Zowel voor binnen als buiten. De kaarsen worden bij ons in het atelier gegoten, gekleurd (en eventueel gegeurd). Dit proces is handwerk en daardoor is elke kaars anders. Zo kunnen de vormen en kleuren afwijken. Voor bedrijven en speciale gelegenheden kunnen wij de kaarsen voorzien van logo en tekst. Veel mogelijkheden zijn bespreekbaar. In het atelier worden, potjes en glazen voorzien van een schildering of tekst. Een prachtig kado of relatiegeschenk wat uniek is. Voor de robuuste buiten kaarsen worden speciale buiten lonten gebruikt.

In een workshop kunt u ook leren om zelf uw kaarsen te maken. Deze workshops kunnen in het atelier verzorgt worden en ook op uw locatie. De kaarsen die op voorraad zijn vindt u in de shop https://shop.galeriedevoorst.nl/index.php?route=product/category&path=118_303  Daar vindt u ook de benodigdheden om zelf kaarsen te maken. U bent ook welkom in het atelier om de kaarsen op te halen of te bekijken. 

Enkele tips voor het optimaal gebruik van kaarsen. Plaats kaarsen niet in de buurt van radiatoren, open haard, kachel, TV of op een andere warmte bron. Plaats kaarsen niet in de buurt van gordijnen, opengaande deuren, of op plaatsen, waar veel langs gelopen wordt. Vermijd tocht en ventilatoren dienen uitgezet te worden. Plaats kaarsen tenminste 10 cm uit elkaar. Knip of knijp de pit, voordat u de kaars (opnieuw) aansteekt, tot op enkele millimeters af. Als de kaars gaat walmen is de pit meestal te lang. Knip de pit dan opnieuw  tot op enkele millimeters af. In plaats van de kaars uitblazen, is het beter de vlam te doven door hem onder te dompelen in zijn eigen vet. Vergeet niet daarna de pit weer rechtop te zetten. Dikke of groet kaarsen dienen langdurig te branden. Dit om te voorkomen, dat de kaars alleen binnen in gaat branden. Geen kaars aansteken waar stof ligt. Stof afnemen met een vochtige doek, niet wrijven. Laat nooit een brandende kaars onbeheerd achter. Pas op met kinderen en huisdieren. Kaarsen en/of potten voor buitengebruik nooit binnen gebruik.

Walmen. Plaats kaarsen op een minimale onderlinge afstand van 10-15 cm. Zorg voor een vlak geplaatste kaarsen. Schuin geplaatste geven een probleem. Knip de pit bij als de kaars walmt. Voorkom trek. Tocht is een hinderlijk gegeven voor optimale brandeigenschappen. Zuurstofgebrek voor de vlam kan onstaan doordat een kaarsrand blijft staan. Snij deze rand bij.

Druipen. Kaarsen geplaatste in een te warme ruimte. Tocht. Schuin geplaatste kaarsen. Kaars brand n.a.v. tocht een kant op. Draai de kaars voor een evenwichtige verbranding. Voor dikkere kaarsen is de brandduur erg belangrijk. Om een goede verbrading te bewerkstelligen verdient het aanbeveling de kaars een minimale brandduur te geven totdat het bovenvlak een gesmolten, vloeibare massa van rand tot rand heeft bereikt.